Waterkwaliteit en plantgezondheid onverminderd belangrijk
08 januari 2026
De komende jaren brengen grote veranderingen voor de landbouw. Nieuwe normen voor waterkwaliteit, strengere regels voor bemesting en het verdwijnen van cruciale gewasbeschermingsmiddelen zetten de sector onder druk. Het vinden van oplossingen om aan alle eisen te voldoen en tegelijkertijd gezonde teelten te behouden, is een belangrijke opgave.
Vanuit de maatschappij en bij beleidsmakers is veel aandacht en belangstelling voor goede waterkwaliteit, zowel grondwater als oppervlaktewater. Europese normen en doelen zijn vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water. Onderdeel daarvan is de Nitraatrichtlijn, met een norm van maximaal 50 mg nitraat per liter grondwater. Zowel emissies van meststoffen als residuen van gewasbeschermingsmiddelen beïnvloeden de waterkwaliteit. Groeikracht Cosun speelt proactief in op beide dossiers, met als doel om ook in de toekomst op een duurzame en rendabele manier aardappels, suikerbieten en cichorei te kunnen telen in Nederland.
8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn
Op 19 december werd duidelijk dat het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (APN) niet ingaat per 1 januari 2026. Door onenigheid in de politiek en tussen ministerie wordt het uitgesteld. Dit betekent dat de maatregelen van het 7e APN nog een jaar van kracht blijven, inclusief NV-gebieden. In het concept van het 8e APN werden suikerbieten als uitspoelingsgevoelig gecategoriseerd, waardoor verlaging van de gebruiksnorm op zand zuid zou komen. Cosun is het daar niet mee eens en kan met de data uit metingen ook aantonen dat geen risico op uitspoeling van nitraat is.
Groeikracht Cosun voert namelijk al meerdere jaren het N-mineraalproject uit, waarin dit jaar op ruim 3500 percelen het N-mineraalresidu wordt gemeten. Uit de grootschalige metingen onder suikerbieten in 2024 en 2025 blijkt dat de hoeveelheid minerale stikstof na de teelt van suikerbieten gering is. Deze metingen tonen aan dat suikerbieten een zeer beperkt risico op nitraatuitspoeling hebben. IRS heeft onderzocht en aangetoond dat ook het loof dat achterblijft na de oogst maar voor een klein deel leidt tot hogere N-mineraalresiduwaarden in de winter (0 – 90 cm).
De onterechte categorisering van suikerbieten als uitspoelingsgevoelig zou leiden tot een verlaging van de gebruiksnorm in bepaalde gebieden. Dit is nu niet het geval, aangezien het 7e APN nog van kracht blijft, maar we blijven als Cosun de ontwikkelingen volgen. We pleiten als akkerbouwsector voor doelsturing op basis van N-mineraalmetingen. De politiek heeft aangegeven dit nog steeds te willen, maar de uitwerking is afhankelijk van een nieuw kabinet
Gewasbescherming
Het gezond houden van gewassen vraagt om bescherming tegen ziekten en plagen. Ook het beheersen van onkruiden, als concurrent van licht en water en waardplant van ziekten en plagen, zijn voorwaarden voor een gezonde en geslaagde teelt. Echter, de beschikbaarheid van middelen wordt steeds onzekerder. Per saldo verdwijnen meer middelen en actieve stoffen dan dat nieuwe middelen beschikbaar komen. Producten verdwijnen als gevolg van het aflopen of intrekken van de toelating. Tegelijk zijn producenten van gewasbeschermingsmiddelen terughoudend in het aanvragen van nieuwe toelatingen, omdat de kosten veelal niet opwegen tegen de baten.
Gebruik van PFAS-houdende middelen
In de maatschappelijke discussie over PFAS-houdende middelen, waaronder ook gewasbeschermingsmiddelen, wordt gepleit om de toelating van deze middelen niet te verlengen of deze middelen zelfs per direct te verbieden. Recent is in opdracht van zeven provincies en de gezamenlijke waterleidingmaatschappijen een studie verricht. In de rapportage hierover wordt geadviseerd om de PFAS-houdende middelen zo snel mogelijk uit te bannen.
In de aardappel- en suikerbietenteelt hebben belangrijke middelen een PFAS-achtige component. Dat zijn vooral de fungiciden voor beheersing van bladschimmels, zoals phytophthora en cercospora. Op dit moment zijn nog geen goede alternatieven beschikbaar. Daardoor kan het wegvallen van deze middelen een grote impact hebben op de teelt.
Enerzijds zet Cosun zich in voor een redelijke transitietijd voor het uitfaseren van deze middelen. Anderzijds doet Cosun samen met IRS en andere partners onderzoek naar oplossingen van gewasbescherming zonder deze middelen. Dat laatste is op korte termijn niet realistisch. Kortom, meer tijd is nodig voor het ontwikkelen van alternatieven. Telers kunnen Cosun helpen door vandaag al kritisch te zijn op het gebruik van middelen met een PFAS-achtig component. Een overzicht is te vinden in een flyer van CLM.