Jos Keijbets: telen op lössgrond
18 maart 2026
Niemandsland. Zo zou je de grond van Jos Keijbets en zijn collega-telers in het Zuid-Limburgse Voerendaal kunnen omschrijven. Het gaat namelijk om lössgrond, een grondtype dat eigenlijk nergens bij hoort in Nederland. En dat heeft zo zijn voor- en nadelen.
In zijn jonge jaren hield Jos zich totaal niet bezig met grondsoorten. Hij ambieerde een carrière in de financiële wereld en maakte die ook waar. Maar in 2004 kwam er een kentering. “Dat jaar trad ik naast mijn baan ook toe tot de maatschap van mijn ouders. Ik ging meewerken omdat het boerenleven toch meer mijn interesse kreeg. Tien jaar later nam ik het bedrijf over.”
Hoeve ten Hove
Jos en zijn vrouw Jurith namen op dat moment ook hun intrek in de prachtige carréboerderij van Hoeve ten Hove. “Mijn ouders verhuisden naar de verbouwde paardenstal en mijn vader, inmiddels 78 jaar oud, werkt nog steeds volop mee. Voor zijn leeftijd is hij nog heel fit en erg betrokken. Samen verbouwen we aardappelen, uien, suikerbieten, wintertarwe en zomergerst. Die laatste telen we speciaal voor de lokale bierbrouwer Gulpener.”
Geen zand en geen klei
Dat alles gebeurt dus op lössgrond. “Dit grondtype wordt door de overheid onder zandgrond geschoven voor wat betreft waterkwaliteit, maar dat is ten onrechte. Het lijkt qua samenstelling eigenlijk meer op klei. Het heeft een heel goede waterhuishouding en hoog opbrengend vermogen. Echter, doordat we onder zandgrond geschaard worden, worden we te zwaar gestraft in bemestingsnormen. We lobbyen al heel lang om daar verandering in te krijgen, maar steeds zonder resultaat.”
Grondwater versus hangwater
Eenzelfde lobby loopt rondom nitraatuitspoeling. “Dertig jaar geleden zag de plaatselijke drinkwatermaatschappij hier het nitraat oplopen. Samen met boeren is een project opgestart om verdere stijging te voorkomen. De bewijzen dat het werkt, zijn er. We zitten vaak onder de 50 mg/l en de waterleidingmaatschappij kan het grondwater nog steeds rechtstreeks gebruiken voor drinkwater. Maar door een verschil in meetmethodiek ziet de overheid dat anders. Het grondwater zit hier namelijk echt heel diep, soms wel op ruim 40 meter. Ze meten hier het hangwater, dat relatief dicht onder de bouwvoor zit, en waarbij er soms maar weinig water aanwezig is. Daardoor zijn concentraties van onder meer nitraat hoog. Dat levert heel andere uitkomsten op.”
N-mineraalmetingen
De N-mineraalmetingen die Jos door Groeikracht Cosun liet uitvoeren, bevestigen juist zijn kant van het verhaal. “Ik zat ontzettend laag in nitraatgehalte in het voorjaar. Misschien had ik wel te weinig bemest. Dat blijft toch ieder jaar opnieuw zoeken. Je bent afhankelijk van zoveel factoren en weersinvloeden. Zo was het eiwitgehalte in mijn brouwgerst dit jaar te laag, specifiek op de percelen waar vorig jaar suikerbieten stonden. De reden: te weinig stikstof beschikbaar. Daar heb ik van geleerd. Nu bemest ik bij gerst na bieten gewoon volgens de norm, om de gevraagde kwaliteit te halen.”
Leren en verbeteren
Bij een eventueel volgende N-mineraalmeting doet Jos graag weer mee. “Hoe meer onderzoek je doet, hoe meer je kan leren en verbeteren. Maar één ding is nog belangrijker: bodemstructuur. Nu we minder mogen bemesten, is het dé manier om meer opbrengsten en minder ziektes te krijgen. Alleen, bodemstructuur kun je niet meten. Dat blijft een kwestie van gevoel.”
Voorzien is dat vanaf najaar 2026 het N-mineraalbodemonderzoek plaatsvindt volgens de Sectoraanpak Nitraat vanuit de BO Akkerbouw.